Al haar dromen in duigen*** *** *** *** Tijdlijnen. Timelines.

Bestemming

Oorspronkelijk: 2003.

"Logboek van de kapitein. Het is 1 januari 2101 en ik ben er nu vast van overtuigd dat we gered zijn. Enkele maanden geleden arriveerden we bij onze bestemming hier in deze onbekende dimensie en het blijkt een werkelijk gigantisch ruimtestation te zijn. Het is meer een kunstmatige planeet eigenlijk met een diameter van ongeveer dertigduizend kilometer. Het feit dat het een onbemand station is vervuld me met zowel positieve als negatieve gevoelens. Negatief omdat we alsnog niemand hebben om ons te helpen, en positief omdat dit een basis blijkt te zijn van het gevreesde GIN. De professor speculeert dat het een soort nood depot is voor het leger van Ner. Aan boord bevinden zich voedsel machines in verschillende formaten en capaciteiten. Eén machine van een kubieke meter is in staat ruim één miljoen voedzame maaltijden te produceren in elke gewenste variatie. Vraag me niet hoe. Zelfs de professor moet het antwoord schuldig blijven. Honderd van die machines staan nu in mijn schip dat momenteel geparkeerd staat in een hangaar met een diameter van enkele kilometers. We hebben ruimte en voedsel genoeg om iedereen te voorzien. Mijn bemanning en de bruiden van Kegarson zijn ontwaakt en het doet me veel plezier dat beide groepen het goed met elkaar kunnen vinden. Ik heb zelfs al enkele huwelijken mogen sluiten.
Wat we verder hier aantroffen waren vele miljoenen wapens. En dat alleen al vlak in onze buurt! Diepe sensor metingen hebben aangetoond dat er zich gigantische robotvloten zich binnenin dit station bevinden.
Eén enkele vraag blijft door mijn hoofd spoken… Waarom heeft deze machine ons met rust gelaten toen we hier binnenvlogen en de deur sloten. En hoe lang zal het ding ons dulden?"
Stolk schakelde de recorder uit en keek de professor aan die net was binnengekomen. "Professor, u had nog iets te melden?" Balthasar Vance haalde zijn schouders op en zei: "Alleen speculatie kapitein. Over het hoe en waarom van deze situatie."
Stolk ging wat rechter zitten en gebaarde dat de professor verder kon gaan. Hij was altijd gefascineerd door zijn theorieën. De professor ging in een stoel tegenover Stolk zitten en stak van wal. "Ik vermoed dat het GIN in oorlog was met een andere macht. Welke dat is weten we nog niet, maar het GIN vond het nodig om in de hyperruimte deze automatische basis te plaatsen om hun vloten te ondersteunen. Maar met dit station ging het mis. Het GIN raakte het kwijt en het begon te dwalen door de tijd en ruimte van dit continuüm. En het rukte de 'Arrow' deze dimensie in puur door haar aanwezigheid. We volgden de hele tijd een op hol geslagen ruimtestation." Vanderhof Stolk knikte bedachtzaam en vroeg: "U heeft nog het laatste stukje gehoord van mijn logboek notitie. Hoelang denkt u dat we hier hebben?"
De professor zei stellig: "Zolang we geen verboden dingen doen, dat wil zeggen: geen verboden zones betreden lijkt het me veilig. Om de één of andere reden denkt dit station dat we hier thuis horen en ik denk dat dat een deel van de storing is waarmee het te kampen heeft. Maar zodra we een gebied betreden dat direct met de veiligheid van het GIN te maken heeft…"

Burt Kowalsky genoot ervan dat hij weer een 'vrij' man was. Het idee dat hij al die tijd in een diepe kunstmatige slaap had gelegen stond hem helemaal niet aan. Hij was een man van de actie! En verdomme: Aan boord van dit station bleek heel wat te beleven. Hij en zijn veiligheidsmensen waren altijd de eersten die nieuwe ruimtes betraden, vlak op de hielen gezeten door de techneuten en de bollebozen.
Vandaag zouden ze een nieuwe ruimte verkennen en hij had een aantal van zijn meest ervaren krachten meegenomen. Dit keer hadden ze Conny Whedon en Jules Van Vogt op sleeptouw om hetgeen dat ze vonden te beoordelen. Conny zei op snibbige toon tegen Jules: "Eens kijken of je ons niet kunt laten verdwalen navigatiejongen." Jules keek haar niet begrijpend aan maar begreep dat ze hem weer eens zat te jennen. Waarom ze dat telkens toch deed wist hij niet. Misschien kwam het omdat hij teveel suggesties deed en dat zij vond dat hij voor zijn beurt sprak. Eigenlijk kon het hem niet zoveel schelen. Het leven was de laatste tijd een stuk interessanter geworden. Dit was de reden waarom hij had aangemonsterd op de 'Arrow'. Het avontuur!

Op drie kilometer afstand van waar de Arrow was geparkeerd kwam het expeditie team aan bij een gepantserde deur. Dankzij de linguïstische kennis van Angelina Seymour wisten ze hoe ze hem moesten openen en vol nieuwsgierigheid betraden ze de nieuwe ruimte.
Wat meteen opviel was het blauwe licht dat overal scheen. Een nieuw soort codering om een bepaalde situatie aan te geven? Stond blauw hier voor gevaar of had het een totaal andere betekenis? David Eddington wees zijn chef Kowalsky een nis aan waar het licht een iets andere kleur had. Meer groenig. Burt gebaarde dat hij verder moest gaan en de veiligheidsmensen omklemden onwillekeurig hun wapens. Ze voelden gewoonweg dat er iets ergs zou gaan gebeuren. En ze hadden het niet verkeerd…

Een haast onzichtbare schim sprong uit de nis tevoorschijn en haalde uit met gevaarlijk uitziende klauw. David Eddington verloor de helft van zijn ingewanden en werd als een lappenpop door de ruimte heen geslingerd. Voordat zijn kameraden hun wapens konden richten liet het ding zijn tanden zakken in het vlees van Johnny Stock en Stock werd volledig verscheurd. De bemanningsleden van de 'Arrow' stoven uiteen om niet door opspuitend bloed geraakt te worden. Een seconde later kreeg Kowalsky stukken van zijn ondergeschikte naar zijn hoofd geslingerd. Snel legde hij aan en schoot in de richting van het wezen. Helaas voor hem kaatsten de kogels af op de pantserhuid van het ding. Het monster brulde en uit zijn mond kwam een energiestraal die Kowalsky in een hoopje as veranderde.
De overige leden van de expeditie zetten het op een lopen maar het wezen was sneller. Blijkbaar door een soort teleportatiesprong was het Mandy Waterman voor en ook zij veranderde in een hoopje as. Geoffrey Aitken vuurde zijn wapen leeg op het ding en begon daarna op de schedel van het monster te slaan met de kolf van zijn geweer. Het monster greep hem bij zijn keel en trok zijn hoofd eraf.

Conny Whedon intussen was een kast ingevlucht en zat ineengedoken op de grond. Toen ze merkte dat er aan de kastdeur werd gerammeld kon ze een gil maar nauwelijks onderdrukken. De deur ging open en toen ze zag dat het Jules was vloog ze hem om de hals en begon hem te kussen van vreugde. Sussend zei hij: "Kalm maar Conny, ontspan je. Ik zal overal voor zorgen." Teder kuste hij haar en met een mengeling van angst, verwondering en opwinding merkte ze dat zijn handen haar lichaam teder begonnen te verkennen. Hij wilde haar hebben besefte ze. Als minnares. Haar hart maakte een sprongetje van vreugde. Hier had ze altijd al naar verlangd. Ze begon hem te kussen en te strelen. Ze keek hem met een uitnodigende blik aan toen ze hem over zijn schouder aankeek. Even moest ze zichzelf corrigeren. Schouder? En over die schouder? Ze knipperde met haar ogen en schudde haar hoofd. Eindelijk kon ze weer helder denken. Jules Van Vogt staarde naar haar met een mengeling van fascinatie en horror. Nee, niet alleen naar haar. Ook naar iets dat tussen hem en haar instond. Het monster! Zachtjes kwam er een kreunend geluid uit haar keel toen ze merkte dat het ding zijn mond over haar lichaam liet glijden. De wetenschapper in haar vertelde dat het ding van haar een soort broedplaats wilde maken. En ze kon er niets tegen doen. Wat zou het toch makkelijk zijn om de realiteit te vergeten. Zo, ja. Natuurlijk was er geen monster. Het was gewoon Jules die verliefd op haar was geworden. Weer kuste ze Jules die nu haar minnaar was geworden. Wat een geluk was haar ten deelgevallen!

Jules, de echte Jules, was ook als verlamd toen hij het monster met zijn bazin bezig zag. Dit kon hij niet toestaan en ten langen leste, en voordat het ding zijn meerdere van haar kleding kon verlossen, bulderde hij: "Laat haar met rust!" Hij moest een snoekduik maken om niet door de energiestraal uit de muil van het ding getroffen te worden. Snel maakte hij dat hij wegkwam. Wat moest hij doen? Dat ding stond op het punt heel wat onoorbare dingen te doen met mevrouw Whedon, maar hij was machteloos. Het ding leek wel een demon! Wacht, demon… Jules had ooit eens iets gelezen over dit soort wezens. Een aantal dames had meer dan honderd jaar geleden demonen of zo bevochten met zilveren wapens. Waarom zilver? Misschien dat deze wezens daarop geprogrammeerd waren op een genetisch niveau. Om ze beter onder controle te houden. Waar kon hij zilver vandaan halen? En als hij het had, hoe kwam hij dan dicht genoeg bij het wezen om het tegen het ding te gebruiken? En hoe kwam hij door de huid van dat ding heen? Het was een verloren zaak. Maar één ding was zeker. Hij zou Conny Whedon nooit in de steek laten. Resoluut stormde hij weer de kamer in waar het ding ongetwijfeld bezig was…

Dood te zijn. Mevrouw Whedon gooide het ding van haar af en gooide haar prachtige haar naar achteren. Nonchalant zei ze tegen Jules: "Ik zie dat je wel heel goed bent in lopen Jules. Gelukkig herinnerde een wakker deel van mijn geest het verhaal van twee dappere vrouwen die met zilver bepaalde demonen versloegen. En mijn haarspeld is heel erg van zilver. Terwijl het ding bewonderenswaardig beschaafd bezig was mijn uniformknopjes los te maken ontdekte ik dat zijn oogweefsel redelijk zacht was en zijn hersens nog zachter." Ze maakte plotseling een vermoeide indruk. "Verdomme, ik kan wel een lange goede douche gebruiken. En een medisch onderzoek van onze goede dokter. Kom Van Vogt. Ik heb mijn buik vol van deze ruimte, maar gelukkig niet door dit monster. We moeten de rest waarschuwen dat ze dit soort ruimten met rust moeten laten. We…" Beiden werden opgeschrikt door hun communicatiesysteem. Angelina Seymour nam contact met hen op en zei: "Attentie, alle teams dienen terug te keren naar de 'Arrow'. Er is een veiligheidssysteem in werking getreden en we kunnen maar beter aan boord zijn voordat er iets heel ergs gebeurd."
Jules en Conny keken elkaar aan. Iets ergs was al gebeurd. Ze waren vijf van hun mensen kwijtgeraakt aan dat monster. Snel renden ze terug naar hun schip.

Eenmaal aan boord werden ze door een bezorgd medisch team opgevangen. Conny Whedon verdween in de ziekenboeg en Jules bracht verslag uit over de gebeurtenissen in de blauwe ruimte. Kapitein Stolk had nog meer slecht nieuws. Linda had ontdekt dat het computersysteem van de basis een stille countdown had ingesteld naar een tijdstip waarop de basis zichzelf zou opblazen. Kennelijk had de basis hen nu herkend als illegale indringers die er op uit waren haar geheimen te stelen. Wellicht dat de expeditie naar de blauwe ruimte dit in werking had gezet.

Op het moment dat iedereen aan boord was steeg de 'Arrow'op en vloog de basis uit. Tim Pilot had geen bevel van Stolk nodig om met maximum snelheid van de basis weg te vliegen. Toen ze een afstand hadden bereikt van enkele miljoenen kilometers van de basis verdween deze in een felle lichtflits. Een licht trilling ging door de 'Arrow' heen toen de schokgolf van energie hen bereikte. En daarna was er niets meer van te zien.
Stolk huiverde toen hij het beeldscherm bekeek. Niets! Hij vroeg aan Jules: "Van Vogt, wat zeggen de sensoren? Is er enig aanknopingspunt." Jules schudde zijn hoofd: "Nee kapitein, er is niets daar buiten dat door ons kan worden waargenomen. Geen enkel oriëntatiepunt. Dit keer zijn we volledig blind in het absolute niets."
De professor staarde bedroefd voor zich uit en merkte op: "In feite zijn we nu een miniatuur universum. We zijn al wat we kennen." Stolk knikte en zei: "En wij zijn met vijf mensen minder. Verdomme, wat een manier om te sterven! Jules, ik ben blij dat jij en Conny het gered hebben." Jules Van Vogt stond op en vroeg: "U heeft me voorlopig hier niet nodig kapitein. Ik wilde even kijken hoe het is met mevrouw Whedon." Stolk knikte en zei: "Goed. Ga, en … Je weet wel." Jules bedankte hem en vertrok naar de ziekenboeg.

Daar aangekomen zag hij een vermoeide mevrouw Whedon op een bed liggen en hij besloot dat ze eigenlijk maar beter kon rusten. Net toen hij op het punt stond weer weg te gaan greep ze zijn hand vast en zei: "Blijf!" Ze kwam overeind en omarmde hem. In een reflex sloeg hij zijn armen ook stevig om haar heen. Ze fluisterde teder: "Dank je voor het terugkomen." Hij haalde zijn schouders op en zei: "U had al afgerekend met het monster. Ik was niet echt behulpzaam." Ze schudde haar hoofd en zei: "Je kwam voor me terug. Je had geen schijn van kans tegen die demon, maar toch kwam je voor mij terug. Alleen een echte vent kan zoiets doen. Daarom dank ik je." Jules glimlachte verlegen. Ze was tot vriendelijk gedrag tegenover hem in staat! Nieuwsgierig vroeg hij: "Wat zag u eigenlijk toen u onder hypnose was?" Conny beet op haar lip, keek hem schuin aan en antwoordde: "Een hoop onzin." En ze voegde eraan toe: "Heb jij overigens niet wat beters te doen dan herstellende vrouwen lastig te vallen? Je zult vast nog wel enkele taken hebben die je kunt vervullen meneer Van Vogt! Je mag nu gaan. Je hebt mijn permissie." Ze wuifde hem sierlijk weg.
Jules wist even niet hoe hij het had. Ze was een compleet raadsel voor hem. Conny moest stilletjes lachen toen ze zijn verbazing bemerkte en hem met afhangende schouders de ziekenboeg zag verlaten. Ze hield ervan hem een beetje te pesten. Ze ging weer liggen en dacht onwillekeurig terug aan het moment dat ze in de macht van de demon was geweest en gedacht had dat Jules haar vast hield. Ze vergeleek het met het moment dat ze de echte Jules omarmd had. Hoe Jules die omarming beantwoord had. Een glimlach speelde om haar lippen. Wat een pathetische amateur was die demon toch geweest. En wat een geluk dat ze er niets aan had overgehouden. Van de echte Jules Van Vogt zou ze in de toekomst wel iets over willen houden. Iets? Ze zou hem dan nooit meer laten gaan!

Warmte*** *** *** *** Tijdlijnen. Timelines.