Tijdmachine van de Geest: Mijn pad naar Speculatieve Fictie.

Oorspronkelijk: 2017.

Men zou het geheugen kunnen beschouwen als een tijdmachine van de geest, al is het een gemankeerde machine. Soms vallen er dingen weg, soms zet het onbewuste er dingen in die niet kloppen. Maar bij gebrek aan een echte tijdmachine is het geheugen the next best thing als men niet over goed gedocumenteerde gegevens beschikt.

Tijdmachines zijn ook instrumenten die men tegenkomt in de sciencefiction, mijn favoriete genre. Samen met horror.

Hoe kwam ik daartoe?

Via diverse wegen…

In den beginne was er op de Belgische televisie (BRT) de Amerikaanse serie: ‘ Voyage to the Bottom of the Sea’, over de avonturen van de onderzeeër ‘Sea View’. Spannende serie met gave actie scenes, leuke monsters, een prachtige onderzeeër en de secondaire eenheden, de ‘vliegende roggen’ waren helemaal te gek. Ik was een jaar of vier of vijf en het maakte mijn geest rijp voor het fantastische genre.

Nadat ‘Voyage tot the Bottom of the Sea’ stopte in ons gebied kwam er een andere Amerikaanse serie die me volledig het SF genre introk: ‘Star Trek’! De avonturen van James Kirk en zijn bemanning aan boord van de U.S.S. Enterprise braken mijn geest open en ik wilde MEER hiervan. Ik leerde de term SF kennen en mijn honger ernaar groeide. Niet alleen televisie series, maar ook films, strips en boeken. Er ging een hele wereld voor me open en via diverse bronnen kwam het tot me.

Op de zaterdagse markt in de Dorpsstraat was er een kraampje dat strips verkocht. ‘De Sissende Sampan’ van ‘Suske en Wiske’ had een sterk SF genre en ik wilde meer van dat! Ik begon diverse strip series te sparen. Ik had in mijn lagere schooltijd een abonnement op publicaties als de ‘Sjors’ en de ‘Eppo’ en kwam daarmee ook met diverse andere strips in contact, van zoals ‘Keizerrijk Trigië’ en ‘Storm’ van de supergetalenteerde tekenaar Don Lawrence.

Naast de zaterdagse markt was er in het dorp ook onze openbare bibliotheek van St. Willebrord waar ik ook graag kwam en de buurtsuper van De Vries waar ik diverse vertaalde Amerikaanse strips kocht. Samen met de reguliere boodschappen. Voornamelijk Superman en Batman van DC Comics, uitgebracht door Classics. Classics had ook strips van Marvel, maar die bekeek ik in het begin niet zo intens als de DC strips. En voordat ik Batman leerde kennen was er, zo besef ik nu, het personage van Zorro (rol van Guy Williams) die me voorbereidde op gemaskerde helden.

Zelfs bij een kiosk van het recreatiepark van Bosbad Hoeven trof ik deze strips aan. Overigens bezochten mijn vader en ik dat Bosbad ook vooral voor de speelautomatenhal met gave arcade machines en een airhockeytafel. De enig andere reden om Hoeven te bezoeken was Volkssterrenwacht ‘Simon Stevin’, maar dat is een heel andere kwestie.

Serieuzere literatuur kwam tot mij als cadeaus van lieve ouders en andere familieleden zoals mijn lievelingstante, tante Cor. Zelf kocht ik van zakgeld ook steeds meer boeken en strips en in het Nederlands vertaalde Amerikaanse Comics. Eind jaren ’70, begin jaren ’80 was dat voornamelijk van Marvel, uitgegeven onder het merk JuniorPress. Spider-Man, the Hulk, the Fantastic Four, the Avengers, the Defenders, X-Men enz. enz. Al hadden sommigen Nederlandse titels in die tijd.

De zaterdagmarkt werd ingeruild voor zaterdagtrips naar het Winkelcentrum van Etten-Leur en ik kwam er graag bij Hermans Kiosk en boekhandel Van Nunen. Mijn collecties explodeerden. Ik verslond boeken van Isaac Asimov, Robert Heinlein, A.E. van Vogt, Harry Harrison en diverse andere groten van het genre. Ik beperkte me niet en stortte me ook op pulpliteratuur zoals de ‘Perry Rhodan’ en genoot van tijdschriften als ‘Orbit’, een uitgave van de grote Perry Rhodan vertaler Kees van Toorn.

Ik genoot ook volop van het horrorgenre. Vooral Stephen King vond ik geweldig en ook hier vond ik ook tijdschriftenromans, net als ‘Perry Rhodan’ uit het Duits vertaald zoals ‘Spook Thriller’ (met naast anthologie werk ook vaste series rond de personages John Sinclair en Professor Zamorra) en ‘Griezel Story’.

Intussen bleef ik ook SF op televisie trouw. Series over mensen met bijzonderheden, zoals ‘The Six Million Dollar Man’ (met Lee Majors) en ‘The Invincible Man’ en ‘Sapphire and Steel’ (met David McCallum), of andere ruimte (en tijd) series zoals ‘Doctor Who’, ‘Space: 1999’ en ‘Star Maidens’.

Op het gebied van films begon de Star Wars saga en in de slipstream daarvan was er ‘Battlestar Galactica’.

Na het midden van de jaren ’80 begon ik ook via de post al zaken te bestellen. Bij ‘Fantastic Visions’ in Rotterdam en ‘Wonderland Strips & Science Fiction’ in Amsterdam. Mijn boekenkasten puilden uit en ik moest er kasten bijnemen. In mijn overmoed besloot ik me voornamelijk te beperken tot oorspronkelijk Engelstalig werk en omdat ik vond dat ik meer ruimte nodig had begon ik heel veel van collecties die ik tot dan toe had opgebouwd te verkopen of weg te geven aan familie. Vooral Nederlandstalige strips en pulpwerk. Daar heb ik eigenlijk heel veel spijt van en als ik de tijdmachine had die hierboven noemde, dan was ik door de tijd gereisd en had ik ervoor gezorgd dat al dat afgestoten materiaal weer bij mezelf terecht was gekomen. Maar dan had ik gelijk ook weer een ruimteprobleem gehad. Tenzij die tijdmachine natuurlijk een TARDIS was en ik dus geen enkel gebrek aan ruimte zou hebben gehad.

En zo zijn we weer bij het begin van het essay.