Ondergang en opkomst van de wetenschap.

Johannes Kepler leefde in dat tijdsgewricht dat ons scheidt van de duistere middeleeuwen. Mensen waarmee hij die periode deelde waren beroemdheden als Christopher Columbus, Leonardo da Vinci, Copernicus, Christiaan Huijgens, Isaac Newton. Het waren mensen die voor onze tijd het voorfront vormden van vooruitgang in wetenschap en techniek. Ze waren echter beslist niet de eersten...

Ooit was er het tijdperk van de Ionische verlichting, en tijdens het hoogtepunt van deze verlichting bevond er zich in AlexandriŽ (Egypte) een bibliotheek, gesticht ergens in de derde eeuw voor Christus. Ze viel onder het beheer van de Ptolomeai (Griekse koningen die het Egyptische deel van het uiteengevallen rijk van Alexander de Grote hadden geŽrfd). De bibliotheek hield zich bezig met het verzamelen van alle mogelijke voorhanden zijnde kennis, cultuur en literatuur. Manuscripten die men wilde hebben werden gekocht, overgeschreven (tot hun grote spijt was de kopieer machine nog niet uitgevonden) en soms door list en bedrog door hen genomen. Men bevorderde ook eigen onderzoek om zo hun kennis uit te breiden. Het was een tijdperk waarin wetenschap en techniek een enorme sprong voorwaarts kon maken. De bieb van Alex (zo ik het maar lichtelijk oneerbiedig noem) vormde het middelpunt van een bruisende samenleving waarin diverse culturen samensmolten tot een kosmopolitische smeltkroes. Vooraf en tijdens de bibliotheek leefden in het gebied van de oude Grieken mensen als Thales, Pythagoras, Democritus, Plato, Aristarchus van Samos, Eratosthenes (de man die niet alleen op het idee kwam dat de Aarde rond was, maar ook met een redelijke nauwkeurigheid haar omtrek mat), Hero van AlexandriŽ (experimenteerde met overbrengings mechanismen, stoommachines en speculaties over robots), Archimedes, Hippocrates, en... Hele horde verlichte geesten wiens werk pas later weer herontdekt werd.
Het waren de eerste mensen die zich bezighielden met fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, alles zeer nauwkeurig bijhielden en noteerden. Hun grootste fout was wellicht dat ze als zijnde kinderen van hun tijd zich afzijdig hielden van de misstanden van hun tijd. Mensen als Plato waren zelfs voorstanders van slavernij en vonden dat hun werk alleen goed was voor henzelf en voor de machthebbers. Hun werk aan de gewone mensen uitleggen was er niet bij; gesproken over ivoren torens...

Op een gegeven moment zou alle kennis en cultuur die ze door de eeuwen heen hadden verzameld, voorgoed verloren gaan!
De laatste beheerder van de bibliotheek van AlexandriŽ was een vrouw genaamd Hypatia. Deze dame hield zich bezig met wiskunde, natuurkunde, sterrenkunde en filosofie. Ze was een mooie vrouw, geŽmancipeerd, was bevriend met de Romeinse gouverneur, verwierp talloze huwelijksaanzoeken en was een krachtig symbool van geleerdheid en wetenschap. Ze had echter een probleempje..
De naam van dat probleem was Cyrillus. Hij was de aartsbisschop van AlexandriŽ. Als vertegenwoordiger van de steeds machtiger wordende Christelijke kerk in opkomst zag hij (net als vele andere Christenen) wetenschap als een uiting van heidendom. De man was bijzonder conservatief en had een bijzonder grote hekel aan Hypatia. Ondanks de dreiging van Cyrillus bleef Hypatia bezig met haar werk, gaf ze onderwijs en publiceerde ze.
In het jaar 415 werd ze opgewacht door een menigte volgelingen van Cyrillus. Ze sleurden haar van haar wagen, rukten haar de kleren van haar lichaam, vilden haar vlees met scherp geslepen schelpen van haar lichaam en verbrandden toen haar stoffelijke overschot. De bibliotheek ging vervolgens in vlammen op en een groot gedeelte van de verzamelde kennis van die tijd ging voor goed verloren. Dit, en de ineenstorting van de beschaving het Romeinse rijk (verzwakt door slavernij en invasies), zorgden voor een terugval tot een primitievere tijd: De duistere middeleeuwen. De klootzak van een Cyrillus werd later heilig verklaard...
Gelukkig was een gedeelte van deze kennis bewaard gebleven en leefde voort in het oosten. Pas zo'n duizend jaar later zou een gedeelte ervan weer terug keren in Europa tijdens de kruistochten in het Middenoosten en via handelscontacten met nog verder gelegen gebieden. Deze kennis kwam in handen van enkele verlichte geesten, prikkelde wellicht hun fantasie, en ontketende een reeks van eigen ideeŽn. De renaissance was een feit.

Kijkend naar de prestaties van deze mensen moet men toegeven dat bepaalde zaken al waren uitgevonden voordat West-Europa er ook maar aan dacht. Zo is er bijvoorbeeld het zogenaamde Antikythera-mechanisme. Men vond in 1900 in een oud scheepswrak onderdelen van een soort van astronomische klok waarvan na reconstructie bleek dat de ingewikkeldheid ervan duidde op een produkt uit 1575. De onderdelen stamden echter uit de eerste eeuw vůůr Christus!
Een ander sprekend voorbeeld: Omstreeks 400 v.c. zou men de kunst van het galvaniseren hebben beheerst. Bepaalde voorwerpen zijn gevonden in Baghdad die gediend kunnen hebben als batterijen, en een bepaald Egyptisch beeldje (van de god Osiris) is bedekt met een fijn laagje goud. Experimenten met de voorwerpen wijzen sterk in de richting dat men elektriciteit kende...
Er zijn veel van dit soort voorbeelden; voorwerpen en bouwwerken waarvan men dacht dat ze pas sinds kort mogelijk waren. Kennelijk waren onze voorvaderen niet zo technisch primitief zoals werd gedacht! En waarom ook niet? Het waren biologisch gezien mensen zoals die al meer dan 50.000 jaar op Aarde voortkomen, met een zelfde gemiddelde schedelinhoud, een zelfde nieuwsgierigheid en vernuft. Er is totaal geen behoefte aan verklaringen waarin goden, buitenaardse wezens of tovenarij een rol spelen.
Neem eens de piramide van Egypte; de oudsten zijn meer dan 5.000 jaar geleden gebouwd. Ze stammen zo ongeveer uit een tijd waarin het wiel werd uitgevonden, en het schrift. De culturen die dat allemaal voortbrachten gingen helaas ten onder (ergens tussen 1450 en 1000 v.c.) en maakten plaats voor de zogenaamde Griekse middeleeuwen die pas eindigden rond 500 v.c. met het begin van de opkomst van de Ionische cultuur.

Alles bij elkaar heeft de wetenschap en de techniek tussen 3000 v.c. en heden zo'n 1.000 tot 2.000 jaar stil gestaan... Als men zich telkens niet had overgegeven aan irrationele zaken (geloof, bijgeloof, pseudo wetenschap, creationisme, diverse politieke -ismen), dan had men wellicht het twintigste eeuwse niveau van wetenschap en techniek al kunnen berijken ten tijde van Leonardo da Vinci, en wellicht eerder... Als men had doorgezet hadden we op dit moment al ons zonnestelsel lang en breed gekoloniseerd, waren de eerste sterrenschepen al aan het terugkomen van hun eerste galactische reizen naar naburige sterren. Pas in de laatste eeuwen lijkt het erop dat het rationalisme aan de winnende hand is, tegen alle verdrukking in. Fundamenteel, empirisch, wetenschappelijk onderzoek is de weg naar de waarheid omtrent de wereld waarin we leven, en de sleutel om deze wereld te veranderen en te verbeteren.
Jammergenoeg geld dat in vele gevallen niet voor diverse sociale situaties. Zoals alles is ook wetenschap en techniek te misbruiken voor zaken die schade veroorzaken en slechts winst op korte termijn brengen. Wat dat betreft is de mens ook niet veranderd door de millenia heen.

Bronnen:

Instrumenten der wetenschap Instrumenten der wetenschap
Instrumenten der wetenschap Instrumenten der wetenschap